|
Het veld
Doelgebied (paars)
· Het doelgebied is een cirkelvormig stuk van het veld; alleen de keeper mag erin komen! Meestal wordt het doelgebied ‘de cirkel’ genoemd.
· Als veldspeler mag je niet in het doelgebied komen of de bal eruit pakken. Doe je dit toch, dan is de bal voor de keeper.
Het team
Een team bestaat uit 7 spelers: 1 keeper en 6 veldspelers. Het is handig om extra spelers te hebben, dan kun je wisselen als je moe bent.
De Keeper
· De keeper mag zijn doelgebied zonder bal verlaten. Hij mag dan meespelen op het veld MAAR dan verdwijnen de voordelen van het keeper zijn, tot wanneer hij terug in zijn doelgebied staat.
· De keeper mag met de bal in de hand zijn doelgebied niet verlaten.
· Als de keeper in zijn doelgebied staat, mag hij geen bal uit het veld pakken.
· Gooien naar je eigen keeper, die in zijn doelgebied staat, is verboden!
Opstelling
Handbal is anders dan voetbal. Bij handbal val je met zijn allen aan en ren je ook met zijn allen terug om te verdedigen. Probeer het doelgebied zo goed mogelijk af te schermen voor je tegenstander.
De beginworp
· De beginworp mag pas worden genomen als de scheidsrechter heeft gefloten.
· Als je de beginworp neemt, moet je met één voet op het middelpunt van het veld staan.
· Je medespelers mogen niet over de middenlijn komen vóór je de beginworp genomen hebt.
Doelpunt
Er is een doelpunt gemaakt als de bal hélemaal over de doellijn is. Óp de lijn is dus geen doelpunt..!
Het spelen van de bal
· Je mag de bal maximaal 3 seconden vasthouden.
· De bal mag je onderbeen of voet niet raken. Tenzij de bal je onderbeen of voet raakt doordat een tegenstander de bal ertegen gooit...
· Met de bal in je hand mag je maximaal 3 passen doen.
· Je mag met de bal dribbelen (stuiteren). Maar let op! Als je eerst dribbelt en daarna de bal met twee handen vastpakt, mag je niet nóg eens dribbelen. Je moet de bal afspelen. (Of op doel gooien als je een gaatje ziet.)
· Als je dribbelt met de bal mag je hem niet voeren. Voeren doen ze bij basketbal. Bij handbal mag je de bal alleen van bovenaf tegen de grond tikken.
Wisselen
· Je mag zoveel wisselen als je wilt.
· Wisselen mag alleen in de wisselzone.
· Je mag pas wisselen (op het veld komen) als de andere speler volledig van het veld is.
Je tegenstander verdedigen
Dit mag:
· Handen omhoog
· Maak je zo breed mogelijk
· Leg je hand tegen de schouder of heup van je tegenstander om hem tegen te houden. Maar wees voorzichtig! Dit mag alleen als je recht tegenover de andere speler staat en als je niet duwt. Je mag de speler alleen tegenhouden.
Dit is verboden:
· De bal uit de handen slaan of trekken
· Je tegenstander met twee armen omklemmen
· Trekken aan de arm
· Duwen in de rug
Inworp
· Gooit de tegenstander de bal over de zijlijn, dan mag je een inworp nemen. Hiervoor zet je één voet op de zijlijn en gooi je de bal naar een medespeler. Bij een inworp moet de tegenstander op 3 meter afstand blijven.
· Gooit de tegenstander de bal over de achterlijn, dan is de bal voor de keeper. Ook als de bal via de keeper over de achterlijn gaat is het een ‘keeperbal’.
Vrije worp
Als de tegenstander een overtreding maakt, krijg je een vrije worp:
· De vrije worp wordt genomen op of buiten de 9-meterlijn. (De stippellijn)
· De tegenpartij moet 3 meter afstand houden.
· Je hoeft niet te wachten op het fluitsignaal van de scheids om de vrije worp te nemen.
· Alle teamgenoten (van de aanvallende ploeg) moeten buiten de stippellijn staan.
· Je kan de bal gooien naar een teamgenoot, óf meteen op doel schieten.
Penalty
· Voeten achter de 7-meterlijn
· Wacht op het fluitsignaal
· 1 voet mag de grond niet verlaten en niet over of op de lijn schuiven
. Alle andere veldspelers staan buiten de 9-meterlijn.
|